Een karakterstructuur bepaalt hoe je in het leven staat. Het is een combinatie van
een mentale, sociale en lichamelijke houding.
Hoe ontstaan ze?
Het kleine kind (0-7 jaar) neemt zijn omgeving (ouders) in zich op als een spons
zonder filter en oordeel. Het gaat hierbij niet zozeer om wat tegen het kind gezegd
wordt (het kind heeft immers nog nauwelijks taal) maar hoe de ouders zijn, wat
ze uitstralen en wat ze doen.
Het opgroeien van een kind gaat in fasen. In elke fase staat een andere behoefte
op de voorgrond. Een kleine baby heeft andere behoeften dan een driejarige.
Het ontstaan van karakterstructuren is gekoppeld aan deze ontwikkelfasen: wanneer
een natuurlijke behoefte niet gehoord wordt, gaat het body-mind systeem een verdediging
creëren. Als dit herhaaldelijk, systematisch gebeurt, komt er automatisme in de
verdediging, het krijgt een vaste vorm. Dan speek je van een karakterstructuur.
Lichaam en geest vallen hierin samen: omdat de mentale en emotionele huishouding
direct gekoppeld is aan je zenuwstelsel, stofwisseling en hormoonhuishouding hebben
karaktertypes relatie met lichaamstypes.
“Je karakter is niet wie je bent. Het is wat je hebt aangeleerd. Patronen zijn ontstaan in een tijd dat je geen ander keus had”
Hoe herken je karakterstructuren bij jezelf?
Karakterstructuren zijn vaak subtiel. Het zijn geen “labels” die je vastzetten,
maar patronen die je kunt leren herkennen. Je merkt ze meestal op in terugkerende thema’s, zoals:
In je hoofd / gedachten
veel moeten, veel controle willen houden
streng zijn voor jezelf
veel nadenken, moeilijk kunnen stoppen
moeite met keuzes maken of vertrouwen voelen
In je gevoelens
emoties snel wegduwen of juist overspoeld raken
moeite met boosheid (inslikken of ontploffen)
moeilijk kunnen ontspannen of genieten
een diep gevoel van “ik ben niet genoeg” of “ik moet sterk zijn”
In contact met anderen
pleasen, aanpassen, jezelf klein maken
juist onafhankelijk blijven en niemand nodig willen hebben
moeite met grenzen aangeven
snel verantwoordelijk voelen voor de ander
bang zijn om afgewezen te worden of teveel te zijn
In je lichaam
hoge spierspanning (schouders, kaken, buik)
oppervlakkige ademhaling of adem vasthouden
onrust, gejaagdheid of juist “uit contact” raken
vermoeidheid, zwaar gevoel, weinig energie
moeilijk kunnen voelen wat je eigenlijk nodig hebt
“Je patroon is niet fout. Het is een routekaart naar wat ooit ontbrak.”
Wat doen we hiermee in therapie?
In therapie gaan we karakterstructuren niet “wegmaken”.
We gaan ze begrijpen, verzachten en verruimen.
We onderzoeken samen, stap voor stap:
Wat heb jij vroeger nodig gehad?
Wat heb je geleerd om te doen om het vol te houden?
Wat gebeurt er in je lichaam als iets spannend wordt?
Welke bescherming komt er automatisch?
Wat is de diepere behoefte onder het patroon?
“Wat ooit nodig was om te overleven, kan later in de weg gaan zitten.”
Het doel: meer keuzevrijheid
Waar een karakterstructuur vaak automatisch is, ontstaat er in therapie iets nieuws:
ruimte om te kiezen.
Een karakterstructuur ontstaat meestal uit pijn: een behoefte die niet werd vervuld of gezien.
Daarom is er vaak een primair verlies:
minder onbevangenheid
minder vrijheid in voelen
minder vanzelfsprekend genieten
minder voluit jezelf zijn
Maar er is óók iets anders waar we met mildheid naar kunnen kijken:
ieder karakterpatroon bevat ook een kwaliteit.
De kracht in jouw patroon
Veel mensen ontwikkelen juist dankzij hun patronen prachtige eigenschappen, zoals:
creativiteit
doorzettingsvermogen
zorgzaamheid en medeleven
nauwkeurigheid
verantwoordelijkheid
kracht en zelfstandigheid
Dat noemen we secundaire winst: er ontstaat iets waardevols.
Maar vaak is die winst “betaald” met iets anders — zoals spontaniteit, ontspanning
of werkelijk aanwezig kunnen zijn in je lichaam.
“Je bescherming heeft je ver gebracht. Nu mag je leren dat het ook zachter kan.”